ECLI:NL:RVS:2004:AO9982
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging bouwvergunning tijdelijke ambulancepost unit
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 22 augustus 2001 een bouwvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een unit ten behoeve van een ambulancepost. Een omwonende stelde bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van de omwonende gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de ambulancepost en de brandweergarage één inrichting vormden in de zin van de Wet milieubeheer. Er was onvoldoende functionele en organisatorische binding om van één inrichting te spreken.
De Afdeling stelde vast dat de ambulancepost als zelfstandige inrichting moest worden beoordeeld en dat het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer van toepassing was, waardoor geen milieuvergunning vereist was. Het college hoefde de bouwvergunning niet aan te houden op grond van artikel 52 Woningwet Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de omwonende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de omwonende ongegrond verklaard.