ECLI:NL:RVS:2004:AO9990
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D.A.C. Slump
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bezwaar tegen intrekking kinderopvangvergunningen
Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, trok op 30 augustus 2001 de vergunningen voor de exploitatie van kinderopvangcentra van Stichting Vill’ABB in. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar deels gehandhaafd en deels ingetrokken, waarbij last onder dwangsom werd opgelegd voor twee centra. De rechtbank verklaarde het beroep van Vill’ABB ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en stuurde het bezwaar terug naar verzoeker.
De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde vervolgens dat verzoeker niet tijdig op het bezwaar had beslist en bepaalde dat alsnog binnen zes weken een beslissing moest worden genomen. Verzoeker stelde dat geen nieuwe beslissing nodig was omdat het bezwaar al was behandeld en dat het besluit van 20 november 2003 als beslissing op het bezwaar moest worden gezien.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het oordeel voorlopig is en niet bindend in de bodemprocedure. Er was geen belang bij een nieuwe beslissing omdat het standpunt van verzoeker niet zou wijzigen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat verzoeker geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is behandeld. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het college hoeft geen nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de intrekking van vergunningen totdat het hoger beroep is behandeld.