ECLI:NL:RVS:2004:AP0335
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- K. Brink
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging saneringsbevel bodemverontreiniging Buitenweg 37 Krimpen aan de Lek
Bij besluit van 21 mei 2002 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland appellante bevolen de sanering van bodemverontreiniging aan de Buitenweg 37 te Krimpen aan de Lek binnen 12 weken conform het goedgekeurde saneringsplan uit 1996 uit te voeren. Appellante stelde dat het saneringsplan door een mondelinge afspraak was gewijzigd, waardoor gedeeltelijke restverontreiniging was toegestaan. Verweerder voerde aan dat het saneringsplan niet was gewijzigd en dat appellante onvoldoende had aangetoond dat de actuele risico’s van de restverontreiniging te verwaarlozen waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het saneringsplan niet was gewijzigd zonder een aanvullend plan en instemming van verweerder. De sanering was niet conform het plan uitgevoerd omdat restverontreiniging was achtergebleven. Het saneringsbevel was daarom terecht opgelegd. Wel werd geoordeeld dat het bevel ten onrechte bepaalde dat de plak olie onder woning Oosterlekdijk 41 moest worden verwijderd en dat de maatregel voor ontgraving en restverontreiniging bij woningen Oosterlekdijk 41 en 43 niet volledig in overeenstemming was met het saneringsplan.
De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het deze onderdelen betrof, oordeelde dat verweerder het bevel terecht aan appellante had opgelegd, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De termijnstelling in het besluit werd niet vernietigd vanwege nadelige gevolgen voor appellante, hoewel artikel 44 van Pro de Wet bodembescherming geen grondslag bood voor het stellen van die termijn.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het saneringsbevel is op onderdelen vernietigd.