ECLI:NL:RVS:2004:AP0342
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving in basisadministratie persoonsgegevens wegens onvoldoende identiteitsvaststelling
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 23 april 2002 het verzoek van appellant om inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens af, omdat diens identiteit niet deugdelijk kon worden vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college en de rechtbank onterecht hadden geoordeeld over de vaststelling van zijn identiteit, mede gezien een kopie van een [land A] paspoort en correspondentie van de [land A] ambassade. De Raad van State overwoog dat gerede twijfel bestond over de geldigheid van het paspoort en dat de kopie niet als deugdelijke identificatie kon dienen.
Verder oordeelde de Raad dat het college niet gehouden was aanvullende onderzoeken te verrichten of andere instanties te raadplegen, aangezien het aan appellant was om voldoende bewijs van identiteit te leveren. De klachten van appellant werden verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens wordt bevestigd.