ECLI:NL:RVS:2004:AP0357
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering jachtakte wegens vrees voor misbruik na eerdere veroordeling
Appellant verzocht om een jachtakte voor het seizoen 2002-2003, welke door de korpschef van de politieregio Limburg-Noord werd geweigerd. De Minister van Justitie verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en ook de rechtbank Roermond bevestigde deze beslissing. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister terecht de criteria uit de Circulaire wapens en munitie 1997 toepaste, waarbij vrees voor misbruik wordt aangenomen indien de aanvrager binnen acht jaar onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van artikel 302 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Appellant was in 1999 onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke straf wegens deze overtreding.
Hoewel appellant aanvoerde dat hem na deze veroordeling nog jachtaktes waren verleend en verlengd, oordeelde de Afdeling dat deze verleningen onrechtmatig waren en dat het vertrouwensbeginsel niet kan leiden tot voortzetting van vergunningverlening in strijd met de wet. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de jachtakte bevestigd.