ECLI:NL:RVS:2004:AP0371
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ontheffing aanleg recreatief fietspad op waterkering
Bij besluiten van 6 september 2001 verleende de dijkstoel van het waterschap De Maaskant ontheffing aan de gemeenten Heusden en Waalwijk voor het aanleggen en onderhouden van een recreatief fietspad op de linker waterkering langs de Bergsche Maas. Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen deze ontheffing, stellende dat een privaatrechtelijke pachtovereenkomst tussen hem en de dijkstoel, waarin was bepaald dat uitsluitend een niet-openbaar inspectiepad op de dijk mocht worden aangelegd, tot weigering van de ontheffing had moeten leiden.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit van de dijkstoel. De dijkstoel handhaafde het besluit bij een nieuw besluit van 24 september 2003, waartegen appellant sub 2 opnieuw beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep op 6 april 2004.
De Afdeling oordeelde dat de waterstaatkundige belangen zich niet verzetten tegen het verlenen van de ontheffing en dat de dijkstoel zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het risico van insleep van veeziekten door het fietspad minimaal was. De privaatrechtelijke overeenkomst tussen appellant sub 2 en de dijkstoel betrof geen waterstaatkundige belangen en kon geen rechtens te honoreren vertrouwen opleveren dat de ontheffing zou worden geweigerd. Tevens werd geoordeeld dat de door appellant gemaakte deskundigenkosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.