ECLI:NL:RVS:2004:AP0401
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning voor permanente eenheden openluchtrecreatie
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland verleende appellant een vergunning voor 14 permanente en 7 niet-permanente eenheden voor het jaar 2000 op grond van de Wet op de openluchtrecreatie. De vergunning voor de 14 permanente eenheden werd echter voor bepaalde tijd verleend vanwege het niet voldoen aan brandveiligheidsvoorschriften. Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van de vergunning voor onbepaalde tijd, maar dit bezwaar werd deels ongegrond verklaard.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen bezwaar had gemaakt tegen de vergunning voor 1999 omdat de geldigheidsduur was verstreken en hij mocht uitgaan van een vergunning voor onbepaalde tijd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het verlenen van een vergunning voor bepaalde tijd de intrekking van de vergunning voor onbepaalde tijd impliceerde en dat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend tegen het besluit van 19 september 2000.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning voor 14 permanente eenheden wordt bevestigd.