ECLI:NL:RVS:2004:AP0404
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit stalling machines buiten perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen legde appellant bij besluit van 13 juli 2001 op om rails en bielzen te verwijderen van zijn perceel. Na bezwaar en een uitspraak van de voorzieningenrechter werd een nieuw besluit genomen op 4 februari 2002, waarin het stallen van machines buiten het perceel werd verboden onder dreiging van een dwangsom.
Appellant stelde dat het besluit van 4 februari 2002 geen nieuwe beslissing op bezwaar was, maar een primair besluit waartegen hij bezwaar had gemaakt. De rechtbank verklaarde zijn beroep tegen de vermeende weigering tot beslissen niet-ontvankelijk. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit van 4 februari 2002 wel degelijk een beslissing op bezwaar is, gericht op uitvoering van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Appellant kon dit redelijkerwijs zo opvatten. Omdat hij geen geldig bezwaar tegen dit besluit heeft ingediend, is het beroep niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het besluit van 4 februari 2002 wordt bevestigd.