ECLI:NL:RVS:2004:AP1054

Raad van State

Datum uitspraak
2 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200401159/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Hoekstra
  • M.A. Voskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Buitengebied Voorveldsweg

Bij besluit van 24 april 2003 stelde de gemeenteraad van Twenterand het bestemmingsplan 'Buitengebied, partiële herziening Voorveldsweg' vast, dat de bouw van vijf woningen mogelijk maakt ter vervanging van woningen die gesloopt moeten worden vanwege uitbreiding van een begraafplaats. Op 16 december 2003 keurde het college van gedeputeerde staten van Overijssel dit plan goed.

Verzoekers maakten bezwaar tegen deze goedkeuring en stelden dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar hervestigingsmogelijkheden en aanwezige natuurwaarden. Tevens voerden zij aan dat het college onbevoegd afweek van het streekplanbeleid dat woningbouw in het buitengebied in principe verbiedt.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college zonder de voorgeschreven procedure te volgen afweek van een hoofdlijn van het streekplan en dat er een gerede kans bestaat dat dit besluit in de bodemprocedure wordt vernietigd. Ook vond de Voorzitter dat nader onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de nieuwe woningen noodzakelijk is.

Op grond hiervan schorst de Voorzitter het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens veroordeelt hij het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoekers.

Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan wordt geschorst vanwege mogelijke strijd met het streekplan en onvoldoende onderzoek.

Uitspraak

200401159/2.
Datum uitspraak: 2 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2003 heeft de gemeenteraad van Twenterand het bestemmingsplan "Buitengebied, partiele herziening Voorveldsweg" vastgesteld.
Bij besluit van 16 december 2003, kenmerk RWB/2003/1664, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 17 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 18 februari 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 17 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 18 februari 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2004,
waar verzoekers in persoon en bijgestaan door mr. E.W. Roessingh, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, zijn verschenen.
Voorts zijn de gemeenteraad van Twenterand, vertegenwoordigd door
G.H. Kollenstaart, en J. Aufderhaar en anderen, vertegenwoordigd door
mr. J.C van Nie, daar verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan beoogt de bouw mogelijk te maken van vijf woningen ter vervanging van woningen die in verband met uitbreiding van een begraafplaats dienen te worden gesloopt.
2.3. Verzoekers stellen dat verweerder het plan ten onrechte heeft goedgekeurd. Zij voeren aan dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar hervestigingsmogelijkheden en naar aanwezige natuurwaarden en dat verweerder onbevoegd afwijkt van het streekplanbeleid dat er op is gericht woningbouw in het buitengebied te voorkomen.
2.4. Verweerder heeft het plan grotendeels goedgekeurd. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het plan in strijd is met het provinciale beleid maar dat in dit geval sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waardoor van dit beleid kan worden afgeweken. Hij stelt dat uit onderzoek van de gemeente is gebleken dat niet binnen een redelijke termijn geschikte bouwkavels beschikbaar komen en evenmin vervangende woningen kunnen worden aangekocht. Volgens verweerder leidt nieuwbouw in het gebied Voorveldsweg/Veldsweg niet tot wezenlijke aantasting van het karakter van het gebied en zijn er geen wezenlijke negatieve effecten te verwachten voor eventueel voorkomende beschermde dier- en plantensoorten.
2.5. In het streekplan Overijssel 2000+ is als hoofdlijn van het ruimtelijk beleid geformuleerd dat nieuwe bebouwing in het buitengebied in principe niet toelaatbaar is. Verweerder stelt dat de formulering in het streekplan ruimte laat om in bijzondere omstandigheden de bouw van burgerwoningen wel toe te staan. Hij verwijst daarvoor naar de door hem opgestelde “Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen”, die een concretisering beoogt te geven van het streekplan. In de handreiking staat dat bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen zijn om in afwijking van het beleid nieuwe burgerwoningen in het buitengebied toe te staan. Als bijzondere omstandigheid wordt genoemd de situatie dat een woning moet verdwijnen voor de realisering van een stadsuitbreiding of infrastructurele werken. Daarbij moet aangetoond worden dat inpassing binnen de bebouwde kom niet haalbaar is en dat verwerving van een bestaande woning in het buitengebied niet mogelijk is.
2.6. De Voorzitter stelt vast dat verweerder zonder daartoe de in het streekplan aangegeven procedure te hebben gevolgd, afwijkt van een hoofdlijn van het ruimtelijk beleid uit dat streekplan. De Voorzitter acht een gerede mogelijkheid aanwezig dat de Afdeling het bestreden besluit in de bodemprocedure om die reden zal vernietigen. De Voorzitter is daarnaast van oordeel dat de vraag naar de aanvaardbaarheid van nieuwe woningen op deze locatie nader onderzoek behoeft.
De Voorzitter ziet gelet op het vorenstaande aanleiding het bestreden besluit te schorsen.
2.7. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 16 december 2003, RWB/2003/1664;
II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Overijssel in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 697,77, waarvan een bedrag groot € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Overijssel te worden betaald aan verzoekers;
III. gelast dat de provincie Overijssel aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Voskamp
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2004
370.