ECLI:NL:RVS:2004:AP1058

Raad van State

Datum uitspraak
2 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200403344/1 en 200403344/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
  • L. Groenendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening en voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak BM Vastgoed B.V.

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft BM Vastgoed B.V. verzocht om herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 oktober 2003, waarin een eerdere uitspraak van de rechtbank Almelo was bevestigd en een verzoek om een voorlopige voorziening was afgewezen.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek tot herziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit het verzoek bleek dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die voldeden aan de strenge voorwaarden voor herziening, namelijk dat deze feiten voorafgaand aan de uitspraak hadden moeten plaatsvinden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

Ook het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen, aangezien nader onderzoek niet noodzakelijk was en er geen beletsel bestond om direct uitspraak te doen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

De Voorzitter heeft derhalve zowel het verzoek tot herziening als het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en dit in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2004.

Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.

Uitspraak

200403344/1 en 200403344/2.
Datum uitspraak: 2 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van Pro die wet, op het verzoek van:
de besloten vennootschap “BM Vastgoed B.V.”, gevestigd te Otterlo, verzoekster,
om herziening (artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1 en 200305109/2, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Almelo van 23 juli 2003, bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij brief van 15 april 2004 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak, voorzover daarbij de uitspraak van de rechtbank van 23 juli 2003 is bevestigd (zaak no. 200305109/1) te herzien. Bij deze brief heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 11 mei 2004 heeft verzoekster nadere stukken ingediend.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 mei 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door B. Mets, en de gemeente Hof van Twente, vertegenwoordigd door mr. A. Ouwehand, gemachtigde, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
2.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.3. In het verzoekschrift heeft verzoekster vermeld waarom zij het niet eens is met de uitspraak. Feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb zijn door verzoekster niet aangevoerd. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er evenwel niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.
2.4. Het verzoek om herziening dient derhalve te worden afgewezen.
2.5. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. wijst het verzoek om herziening af;
II. wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2004
164-465.