ECLI:NL:RVS:2004:AP1088
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor veldproeven met genetisch gemodificeerd vaccin tegen pseudo-vogelpest bevestigd
Bij besluit van 26 mei 2003 verleende de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning aan Intervet International B.V. voor veldproeven met een genetisch gemodificeerd vaccin tegen pseudo-vogelpest in diverse gemeenten. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de risicoanalyse onvolledig was en dat recombinatie van virussen nieuwe infectieziekten zou kunnen veroorzaken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder een zekere beoordelingsvrijheid heeft en dat de vergunning terecht is verleend, mede gelet op de adviezen van de Commissie genetische modificatie (COGEM). De risicoanalyse hield rekening met mogelijke genetische interacties en concludeerde dat de kans op schadelijke recombinatie verwaarloosbaar klein is.
Verder werd geoordeeld dat de door appellant aangevoerde bezwaren over onafhankelijkheid van de COGEM en het ontbreken van contact met bepaalde deskundigen onvoldoende zijn onderbouwd. Ook het argument over het nut en de noodzaak van de proeven en mogelijke niet-naleving van de vergunning kon niet leiden tot vernietiging van het besluit.
De Afdeling vond geen aanwijzingen dat verweerder wezenlijke nadelige effecten had genegeerd en bevestigde dat de vergunning geen bijzondere risico’s voor mens en milieu met zich brengt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor veldproeven met het genetisch gemodificeerd vaccin wordt ongegrond verklaard.