ECLI:NL:RVS:2004:AP1109
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanwijzing boerderij als beschermd monument op rijksniveau
Appellant verzocht de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om een boerderij aan te wijzen als beschermd monument op grond van de Monumentenwet 1988. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen op 8 mei 1998. Na bezwaar en een nieuwe afweging, waarbij advies werd ingewonnen bij diverse instanties, wees de Staatssecretaris het verzoek opnieuw af bij besluit van 29 augustus 2002. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en stelde dat de cultuurhistorische waarde van de boerderij onvoldoende was meegewogen, met name in een groter geografisch verband. De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris de cultuurhistorische waarde niet heeft ontkend, maar dat de oorspronkelijkheid van het bouwwerk grotendeels verloren is gegaan door diverse verbouwingen. Hierdoor ontbrak een redelijke grondslag voor bescherming op rijksniveau.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De boerderij blijft wel gemeentelijk beschermd, maar niet als rijksmonument.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot aanwijzing als beschermd monument bevestigd.