ECLI:NL:RVS:2004:AP1131
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- W.H. Tulmans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning ontgronden voor aanleg jachthaven in IJsselstein
Bij besluit van 11 november 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een vergunning onder voorwaarden aan een vergunninghouder voor het ontgronden van percelen in de gemeente IJsselstein. Appellanten, waaronder een agrarisch bedrijf in de nabijheid, stelden dat de vergunning in strijd was met het Bouwgrondstoffenplan van de provincie Utrecht.
De Raad van State oordeelde dat appellant a geen belanghebbende was en verklaarde diens beroep niet-ontvankelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van appellante. De vergunning maakte de aanleg van een jachthaven mogelijk door het afgraven van zand en klei tot 11 meter beneden N.A.P., waarbij een secundair-plus winning van delfstoffen plaatsvond.
De Raad stelde vast dat de vergunning niet in strijd was met het Bouwgrondstoffenplan, omdat de hoeveelheid vrijkomende beton- en metselzand bijdroeg aan de landelijke behoefte zonder verstoring van de afzet uit meer gewenste bronnen. Er was geen grond voor het oordeel dat het besluit onrechtmatig was voorbereid of genomen. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant a is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellante ongegrond.