ECLI:NL:RVS:2004:AP1136
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling laten vergunning spoorwegemplacement Leiden
Appellante, Railinfrabeheer B.V., had een vergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een spoorwegemplacement op het perceel Stationsplein 1 te Leiden. Verweerder, het dagelijks bestuur van de Milieudienst West-Holland, liet deze aanvraag buiten behandeling omdat hij oordeelde dat geen vergunning krachtens de Wet milieubeheer vereist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van verweerder een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de vraag centraal stond of de activiteiten op het emplacement vergunningplichtig zijn. Uit jurisprudentie volgt dat doorgaande treinen niet onder het emplacement vallen en niet vergunningplichtig zijn, maar de overige activiteiten zoals het omhalen van materieel, 48-uurscontroles en rangeren wel.
De Raad stelde vast dat verweerder ten onrechte de aanvraag buiten behandeling had gelaten voor die activiteiten die wel vergunningplichtig zijn. Daarom werd het besluit vernietigd en werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit om de vergunningaanvraag buiten behandeling te laten is vernietigd en het beroep is gegrond verklaard.