ECLI:NL:RVS:2004:AP1599
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- F.P. Zwart
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar toelating promotie TU Delft
Het College voor Promoties van de Technische Universiteit Delft verklaarde het bezwaar van appellant tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot toelating tot promotie niet-ontvankelijk en verklaarde het bezwaar tegen de fictieve weigering kennelijk ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar maar handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
Appellant stelde dat hij geen promotor nodig had behalve voor formaliteiten en dat er nieuwe relevante feiten waren aangevoerd. De Raad van State overwoog dat een voorwaarde van het promotiereglement is dat een promotor, een hoogleraar, bereid moet zijn op te treden. Appellant had geen hoogleraar gevonden en de aangevoerde nieuwe feiten waren niet relevant of nieuw in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad van State oordeelde dat appellant geen belang meer had bij een beslissing op zijn bezwaar tegen het niet tijdig beslissen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.