ECLI:NL:RVS:2004:AP1602
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging urgentie sanering ernstige bodemverontreiniging locatie Leidseweg 219 te Voorschoten
Bij besluit van 11 oktober 2002 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland vastgesteld dat op de locatie Leidseweg 219 te Voorschoten sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvoor sanering urgent is. Tevens is bepaald dat uiterlijk binnen twee jaar na inwerkingtreding van het besluit met de sanering moet worden begonnen.
Appellant sub 1 en appellant sub 2 hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Appellant sub 1 betwist de aanwezigheid van ernstige bodemverontreiniging op een deel van zijn perceel, terwijl appellant sub 2 de urgentie van de sanering en de termijn van twee jaar betwistte.
De Raad van State oordeelt dat het besluit gegrond is en dat de vaststelling van de verontreinigingsgrens redelijk is gebaseerd op milieutechnische rapporten. De urgentie en de termijn van twee jaar zijn gerechtvaardigd gelet op de omvang en verspreiding van de verontreiniging en de nabijheid van een woonwijk. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van ernstige bodemverontreiniging en de urgentie van sanering worden ongegrond verklaard.