ECLI:NL:RVS:2004:AP1621
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen schadevergoeding na bouwvergunning eetcafé
Het college van burgemeester en wethouders van Leerdam verleende in 1993 een bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen van een ruimte tot eetcafé. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg vergoeding van schade die hij als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming had geleden. Het college wees het bezwaar af en verleende een beperkte immateriële schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit tot vergoeding niet-ontvankelijk, omdat appellant geen processueel belang zou hebben bij de beoordeling van zijn beroep. Appellant stelde dat hij niet begreep dat het besluit een beroep kon oproepen. De Raad van State oordeelde dat het besluit van 25 juli 1996 wel degelijk een besluit is waartegen beroep mogelijk is, maar dat dit besluit niet ziet op de beslissing op bezwaar van 26 maart 1996 waartegen het beroep is gericht.
De Raad van State concludeerde dat appellant onvoldoende heeft aangetoond welke schade hij heeft geleden als gevolg van de beslissing op bezwaar en dat hij ten tijde van de uitspraak niet meer boven het eetcafé woonde, waardoor hij geen processueel belang had. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.