ECLI:NL:RVS:2004:AP1636
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing schorsing vrijstellingsbesluit aanleg Stroomweg De Tol Utrecht
Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, had op 8 januari 2003 een vrijstelling verleend voor de aanleg van de Stroomweg De Tol, inclusief een kunstwerk en een deel van de Noordelijke Stadsas te Utrecht. Tegen dit besluit maakte wederpartij bezwaar, dat door verzoeker ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het besluit en schorste het tot zes weken na een nieuwe beslissing op bezwaar.
Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter overwoog dat er geen reden was om aan te nemen dat het bestreden vonnis in stand zou blijven, mede gezien het belang van de aanleg van de verbindingsweg voor de ontsluiting van nieuwe woonwijken.
Daarom werd de schorsing van het vrijstellingsbesluit opgeheven tot de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist of het geschil anderszins is beëindigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De schorsing van het vrijstellingsbesluit voor de aanleg van de Stroomweg De Tol is opgeheven in afwachting van het hoger beroep.