ECLI:NL:RVS:2004:AP3309
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging aanwijzing beschermd gemeentelijk monument wegens onzorgvuldige belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees op 11 december 2001 een machinehal met woonhuis aan als beschermd gemeentelijk monument. Appellanten sub 2 maakten bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht vernietigde vervolgens het besluit op bezwaar vanwege een onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering, met name doordat de belangen van appellanten sub 2 niet voldoende waren meegewogen.
Appellanten sub 2 voerden aan dat de monumentwaardigheid onvoldoende was onderbouwd en dat zij geen kennis hadden van de mogelijke aanwijzing ten tijde van hun koopverplichting, wat in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel. De Raad van State oordeelde dat de monumentwaardigheid wel degelijk was vastgesteld op basis van deskundige adviezen en rapporten, en dat geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel of misbruik van bevoegdheid door het college.
Het college stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belangen van de eigenaren, waaronder financiële en technische haalbaarheid van herstel, meegewogen hadden moeten worden. De Raad van State bevestigde echter dat het college deze belangen in het besluit niet had betrokken, waardoor het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De mogelijkheid tot schadevergoeding bood geen grond om het besluit te handhaven.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigde de vernietiging van het besluit door de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het aanwijzingsbesluit wegens onzorgvuldige belangenafweging en onvoldoende motivering.