ECLI:NL:RVS:2004:AP3360
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving gebruik perceel in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Putten weigerde handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel door een poeliersbedrijf, omdat dit niet in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "de Kom". Het bestemmingsplan bestemde het perceel voor "Handel en bedrijf" met de nadere bestemming "lichte industrie en groothandel" zonder nadere codering.
Appellant stelde dat het gebruik de functie van nabijgelegen woongebieden belemmert en het milieu aantast, wat strijdig zou zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de kwalitatieve omschrijving in artikel 31, eerste lid, van de planvoorschriften geen verbindende kracht heeft en dat het gebruik niet strijdig is met de bestemming. De Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college geen nadere afweging kan maken buiten de in de Wet op de ruimtelijke ordening geboden instrumenten en dat het gebruik van het perceel binnen de toegestane bestemming valt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.