ECLI:NL:RVS:2004:AP4642
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vrijstelling en bouwvergunning Dinxperlo
Het college van burgemeester en wethouders van Dinxperlo verleende op 24 september 2002 vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van 12 woningen met parkeerkelder. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en ongegrond verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit. Zowel het college van burgemeester en wethouders als het college van gedeputeerde staten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college van gedeputeerde staten niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en verklaarde het hoger beroep van gedeputeerde staten niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders werd gegrond verklaard, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Vervolgens werd het beroep van de wederpartijen niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestemmingsplan waarop de vrijstelling was gebaseerd inmiddels onherroepelijk was geworden.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ook op grote projecten van toepassing kan zijn en dat gedeputeerde staten in dit geval geen bezwaar hadden tegen het bouwplan. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van gedeputeerde staten is niet-ontvankelijk verklaard, het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders gegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep van de wederpartijen is niet-ontvankelijk.