ECLI:NL:RVS:2004:AP4678
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage voor rechtsbijstand aan rechtspersoon volgens Wet op de rechtsbijstand
Bij besluit van 28 januari 2002 verleende het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Den Haag aan appellante, een rechtspersoon, een toevoeging onder oplegging van een eigen bijdrage van € 532,00. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en ook de rechtbank 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante betoogde dat zij ontheven had moeten worden van de verplichting tot betaling van griffierecht en dat de hoogte van de eigen bijdrage onredelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Wet op de Raad van State een vrijstelling van griffierecht toestaan. Tevens is de eigen bijdrage voor rechtspersonen strikt geregeld in artikel 36 van Pro de Wet op de rechtsbijstand en artikel 35, derde lid, onder l, zodat geen afwijking mogelijk is.
De Afdeling verwierp ook het argument dat de bijdrage in strijd zou zijn met grondwettelijke of verdragsrechtelijke rechten op toegang tot de rechter. De bijdrage is niet zodanig dat effectieve toegang wordt belemmerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eigen bijdrage van € 532,00 blijft van toepassing.