ECLI:NL:RVS:2004:AP4746
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- M.A.G. Stolker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake nadere milieueisen koffiebranden
Bij besluit van 4 februari 2003 stelde het college van burgemeester en wethouders van Haarlem nadere milieueisen aan de inrichting van verzoeker sub 1 op een perceel te Haarlem, waaronder beperkingen op het branden van koffie. Na gedeeltelijke wijziging van dit besluit verklaarde het college het bezwaar van verzoeker deels gegrond, maar verzoeker ging in beroep bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 8 juni 2004 verschenen partijen, waarbij verzoeker werd bijgestaan door advocaat en gemachtigde. Verzoeker betoogde dat het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer geen grondslag biedt voor de nadere eis en dat de beperking van branduren onnodig is omdat aan geurvoorschriften wordt voldaan. Tevens stelde hij dat hij niet tijdig is gehoord over de wijziging van de nadere eis.
Verzoekster sub 2, een omwonende, stelde dat het koffiebranden niet meer ambachtelijk is vanwege de omvang. De Voorzitter oordeelde dat het niet duidelijk is of de inrichting uitsluitend onder het Besluit valt, omdat het branden van koffie mogelijk buiten het bereik van het Besluit valt. Gezien de tegenstrijdige belangen en het voorlopige karakter van het oordeel zag de Voorzitter geen aanleiding om een voorlopige voorziening toe te wijzen.
De verzoeken werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 22 juni 2004.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de nadere milieueisen voor koffiebranden wordt afgewezen.