ECLI:NL:RVS:2004:AP8249
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding aangepast schoolvervoer voor kinderen
Aanvragers verzochten het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn om een vergoeding voor aangepast eigen vervoer van hun twee kinderen voor schoolbezoek in het schooljaar 2001/2002. Dit verzoek werd bij besluit van 11 september 2001 afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard op 1 februari 2002.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van aanvragers tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule uit de verordening leerlingenvervoer Uithoorn 2000 niet werd toegepast.
In hoger beroep stelde appellant dat aanvragers geen beroep hadden gedaan op de hardheidsclausule en dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door hierover te oordelen. De Raad van State stelde vast dat aanvragers dit ook ter zitting bevestigden en dat de rechtbank ten onrechte de hardheidsclausule bij haar oordeel had betrokken.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van aanvragers ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoekers wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.