ECLI:NL:RVS:2004:AP8256
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid appellante in bezwaar tegen stilleggingsbevelen Arbowet
Bij besluiten van juni 2001 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stilleggingsbevelen gegeven aan aannemers voor onderhoudswerkzaamheden aan diverse spoorbaanvakken wegens ernstig gevaar voor personen. De besluiten betroffen een verbod om de werkzaamheden op de beoogde wijze aan te vangen.
Railinfrabeheer B.V., als beheerder van de spoorweginfrastructuur en opdrachtgever van de aannemers, maakte bezwaar tegen deze besluiten. De Staatssecretaris verklaarde deze bezwaren ongegrond en de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van Railinfrabeheer niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het uitblijven van een besluit op bezwaar en ongegrond voor het overige.
De Raad van State oordeelt dat Railinfrabeheer geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 Awb Pro, omdat haar belang slechts afgeleid is via haar contractuele relatie met de aannemers die primair verantwoordelijk zijn voor de veiligheid. Hierdoor heeft de Staatssecretaris ten onrechte haar bezwaren ontvangen en de rechtbank heeft dit miskend.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van Railinfrabeheer wordt alsnog gegrond verklaard, en de besluiten op bezwaar worden vernietigd voor zover zij betrekking hebben op haar bezwaren. Tevens wordt Railinfrabeheer niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaren tegen de stilleggingsbevelen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Railinfrabeheer wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaren tegen de stilleggingsbevelen en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.