ECLI:NL:RVS:2004:AP8261
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor dienstwoning in strijd met bestemmingsplan
Appellanten vroegen een bouwvergunning aan voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen en veranderen van een woonhuis aan een locatie te Didam, bedoeld als dienstwoning voor hun caravanstallingsbedrijf. Het college van burgemeester en wethouders van Didam weigerde deze vergunning op grond van het bestemmingsplan dat slechts één dienstwoning per bedrijf toestaat.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellanten tegen deze weigering ongegrond. Appellanten stelden dat de woning niet als dienstwoning maar als burgerwoning moest worden aangemerkt en voerden sociale en medische omstandigheden aan voor vrijstelling. De Raad van State oordeelde dat de woning waarvoor in 1985 vergunning was verleend als dienstwoning moest worden beschouwd, omdat deze diende ter vervanging van de afgebrande boerderij die het bedrijf huisvestte. Het college handelde terecht volgens artikel 44 van Pro de Woningwet door de vergunning te weigeren.
De Raad van State verwierp de aangevoerde sociale en medische gronden voor vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.