ECLI:NL:RVS:2004:AP8271
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake bezwaar tegen overbrenging afvalstoffen naar Duitsland
Verzoekster [verzoeker sub 1] heeft kennisgeving gedaan van het voornemen om 15.000.000 kg gemengde restfractie na sorteren van grof huishoudelijk afval, bouw- en sloopafval en bedrijfsafvalstoffen over te brengen naar R+R Rohstoffrückgewinnung und Recycling GmbH te Mettmann, Duitsland. De overbrenging werd aangemerkt als een handeling van nuttige toepassing (recycling) volgens de Europese Verordening 259/93/EEG.
De staatssecretaris maakte bezwaar tegen deze kwalificatie en stelde dat het in werkelijkheid een verwijderingshandeling betrof, omdat de afvalstoffen eerst geschikt gemaakt moeten worden voor gebruik als bouwstof en de eerste handeling een sorteerhandeling is. Verzoeksters betwistten dit en stelden dat de eerste handeling bepalend is en dat sorteren een nuttige toepassing is.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwees naar eerdere arresten van het Europese Hof van Justitie waarin is bepaald dat de kwalificatie afhangt van de eerste handeling na overbrenging. Uit de stukken bleek dat de eerste handeling bij R+R GmbH het sorteren van afvalstoffen is, waarna de fracties naar afnemers worden vervoerd voor gebruik als bouwstof.
De Voorzitter oordeelde dat deze sorteerhandeling niet als nuttige toepassing kan worden aangemerkt en dat het bezwaar van de staatssecretaris terecht was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de overbrenging van afvalstoffen onjuist is aangemerkt als een handeling van nuttige toepassing.