ECLI:NL:RVS:2004:AP8314
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod bewoning bedrijfsruimte in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek legde appellanten een last onder dwangsom op om de bewoning van een bedrijfsruimte te staken en de inrichting in overeenstemming te brengen met de verleende bouwvergunning. Appellanten maakten bezwaar en voerden aan dat het gebruik voor woondoeleinden was toegestaan. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellanten deels gegrond, maar in hoger beroep bevestigde de Raad van State het handhavingsbesluit.
Het perceel heeft de bestemming “Bedrijven” en het bestemmingsplan staat geen bedrijfswoning toe omdat er geen bouwvlak voor is opgenomen. Het gebruik van de bedrijfsruimte voor bewoning is daarmee in strijd met het bestemmingsplan en verboden. Ook is er sprake van afwijking van de verleende bouwvergunning, waardoor het college bevoegd was handhavend op te treden op grond van de Woningwet.
Appellanten betoogden dat er zicht was op legalisering en dat het handhavend optreden in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, maar de Raad van State verwierp deze gronden. Er is geen concreet zicht op legalisering, mede vanwege milieuhygiënische bezwaren en het ontbreken van een vrijstelling. Het college heeft bovendien voldoende gemotiveerd waarom het niet in gelijke gevallen handhavend optreedt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.