ECLI:NL:RVS:2004:AP8315
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking persoonsgegevens uit gemeentelijke basisadministratie
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen heeft op 22 januari 2002 een verzoek van appellante om persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisadministratie geweigerd. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit van het college een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) stelt restrictieve voorwaarden aan verstrekking van persoonsgegevens aan derden. Alleen indien de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift en de verzoeker daartoe bevoegd is, kan verstrekking plaatsvinden.
Appellante stelde de gegevens nodig te hebben voor het betekenen van een buitenlands vonnis, maar zij is niet bevoegd voor de uitvoering van dit voorschrift; alleen een deurwaarder kan dit doen. Het college heeft daarom terecht geweigerd de gegevens te verstrekken. Ook op grond van artikel 100 van Pro de Wet GBA kon geen verstrekking plaatsvinden, omdat geen gemeentelijke verordening was vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van verstrekking van persoonsgegevens bevestigd.