ECLI:NL:RVS:2004:AP8362
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening vleesvarkenshouderij en beoordeling milieueffecten
Bij besluit van 10 oktober 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Uden een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een vleesvarkenshouderij op een perceel te Uden. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit met diverse bezwaren, waaronder de bevoegdheid van de vergunningverlener, onvolledigheid van de aanvraag, en milieutechnische aspecten zoals stankhinder en verkeersbewegingen.
De Raad van State oordeelde dat bepaalde beroepsgronden, zoals de bevoegdheid van gedeputeerde staten en de toepassing van omrekeningsfactoren voor stankemissie, niet-ontvankelijk waren wegens strijd met de goede procesorde of het niet tijdig naar voren brengen van bezwaren. De overige gronden, waaronder de beoordeling van de aanvraag, de milieueffecten en de cumulatieve stankhinder, werden inhoudelijk beoordeeld en als ongegrond verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de vergunningverlening in overeenstemming was met de Wet milieubeheer en dat de milieutechnische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd. Er was geen sprake van onaanvaardbare milieueffecten of procedurele tekortkomingen die vernietiging van het besluit rechtvaardigden. Het beroep werd daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard; de vergunning blijft van kracht.