ECLI:NL:RVS:2004:AP8366
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor recreatiebedrijf met paintball en boomkwekerij
Verweerder heeft op 30 september 2003 een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een recreatiebedrijf voor paintball en een boomkwekerij op een perceel te [plaats]. Appellanten stelden beroep in tegen deze vergunning en betoogden onder meer dat de boomkwekerij eerder was opgericht dan vermeld, dat de afstand tot de dichtstbijzijnde woning onjuist was weergegeven, en dat de vergunning ten onrechte een termijn voor de paintballinrichting bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de genoemde overwegingen geen zelfstandig rechtsgevolg hadden en verwierp deze bezwaren. Verder werd het voorschrift dat binnen vier maanden na inwerkingtreding een bodemonderzoek moest worden uitgevoerd, getoetst en als redelijk en noodzakelijk beoordeeld vanwege de milieugevoelige bedrijfsactiviteiten zoals opslag van bestrijdingsmiddelen en paintballactiviteiten.
Ook het gewijzigde voorschrift over laden, lossen en parkeren werd als redelijk beoordeeld gezien het aantal verkeersbewegingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat de vergunning en de daaraan verbonden milieutechnische voorschriften in overeenstemming zijn met de Wet milieubeheer en dat de beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan binnen redelijke grenzen is uitgeoefend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het recreatiebedrijf en de boomkwekerij wordt ongegrond verklaard.