ECLI:NL:RVS:2004:AQ1015
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning grondwateronttrekking gemeente Ridderkerk
Bij besluit van 6 april 2004 verleende de provincie Zuid-Holland aan de gemeente Ridderkerk een vergunning voor het onttrekken en retourneren van maximaal 130.000 m3 grondwater per jaar ten behoeve van koude- en warmteopslag voor het gemeentehuis. Verzoekster, Hydron Zuid-Holland N.V., stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 22 juni 2004 en stelde vast dat verzoekster geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit, maar stelde dat het definitieve besluit tekstuele wijzigingen bevatte die haar in een nadeliger positie brachten. De Voorzitter oordeelde echter dat deze wijzigingen geen aanscherping inhielden en verzoekster daarom niet ontvankelijk zou zijn in haar beroep op grond van artikel 20.6 van de Wet milieubeheer.
Verder overwoog de Voorzitter dat verzoekster redelijkerwijs verweten kan worden geen bedenkingen te hebben ingebracht, omdat zij niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op persoonlijke kennisgeving van de terinzagelegging. Ook was er geen verzoek gedaan om mondelinge behandeling of gedachtewisseling over het ontwerpbesluit. Gezien deze omstandigheden achtte de Voorzitter het aannemelijk dat het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard en zag geen aanleiding tot schorsing van het besluit.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor grondwateronttrekking is afgewezen.