ECLI:NL:RVS:2004:AQ1017
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning en vrijstelling gemeente Bodegraven
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven verleende op 15 april 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van acht woningen en drie winkels op een perceel aan de Oud Bodegraafseweg/hoek Willemstraat te Bodegraven. Na bezwaar en hernieuwde besluiten werd de vergunning gehandhaafd.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden beroep in bij de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, die de besluiten vernietigde maar het verzoek om voorlopige voorziening afwees. Verzoekers gingen in hoger beroep bij de Raad van State en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat de eerdere uitspraak niet in stand zou blijven of dat de vrijstelling en bouwvergunning onrechtmatig waren verleend. Gezien de belangen en de voorshands aangenomen mogelijkheid tot vrijstelling, wees hij het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 6 juli 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling wordt afgewezen.