ECLI:NL:RVS:2004:AQ1019
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen acceptatie melding verandering vleesvarkenshouderij
Bij besluit van 20 april 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland een melding geaccepteerd betreffende veranderingen aan een vleesvarkenshouderij, waaronder het verplaatsen van een voerkeuken, een losplaats en voedersilo’s, alsmede het wijzigen van stalafmetingen en het verkleinen van opslagcapaciteit. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 5 juli 2004. Verzoekers trokken een grond van bezwaar in en betoogden onder meer dat het besluit in strijd was met artikel 8.19, derde lid, van de Wet milieubeheer en dat het niet was getoetst aan de IPPC-richtlijn. De Voorzitter oordeelde dat de veranderingen geen milieueffectrapport vereisten en dat er geen aannemelijke negatieve effecten waren die toepassing van de IPPC-richtlijn rechtvaardigden.
Daarnaast werden geluidrapportages en stankhinder besproken. De Voorzitter vond geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het geluidrapport en concludeerde dat de stankhinder niet zou toenemen. Ook werd vastgesteld dat de melding betreffende vervanging van een bassin door ondergrondse opslagputten niet was geaccepteerd, waardoor dat bezwaar feitelijk niet relevant was.
Na afweging van alle belangen en argumenten zag de Voorzitter geen reden om de voorlopige voorziening te treffen en wees de verzoeken af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de acceptatie van de melding wordt afgewezen.