ECLI:NL:RVS:2004:AQ1035
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing verontreinigd grondwater vanwege onvoldoende motivering strengere ijzernorm
Het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden verleende op 1 augustus 2003 een vergunning aan appellante voor het lozen van verontreinigd grondwater op de Oude Rijn te Utrecht, met een ijzernorm van 2 mg per liter.
Appellante stelde dat deze norm te streng was en pleitte voor een norm van 4 mg per liter, onderbouwd met argumenten over waterkwaliteit, slibvorming en kosten. Verweerder verdedigde de strengere norm met het oog op het voorkomen van zuurstofonttrekking en baggertoename, en verwees naar het stand-still beginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het zuurstofgehalte in het te lozen grondwater hoger was dan in de Oude Rijn en dat het ijzer voornamelijk in de Fe3+ vorm voorkwam, waardoor geen significante zuurstofvermindering te verwachten was. Ook ontbraken specifieke omstandigheden die een strengere norm rechtvaardigden. Daarom oordeelde de Afdeling dat de strengere norm onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit. Tevens werd het griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening met een ijzernorm van 2 mg/liter wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.