ECLI:NL:RVS:2004:AQ1096
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift inzake frequentie bodemonderzoek bij Kellen Beton B.V.
Bij besluit van 22 juli 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een revisievergunning aan Kellen Beton B.V. voor haar betonproductie-inrichting te Tiel, waarbij een aantal activiteiten werd geweigerd. Appellanten, Kellen B.V. en het college van burgemeester en wethouders van Tiel, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk was voor een specifiek voorschrift (4.1) en dat het beroep van appellante sub 1 deels gegrond was, met name ten aanzien van voorschrift 8.4.1.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunning terecht gedeeltelijk was geweigerd vanwege overschrijding van de geluidzonegrenswaarden en dat de aan de vergunning verbonden voorschriften passend waren, behalve dat voorschrift 8.4.1 onzorgvuldig was voorbereid doordat een zinsnede niet was aangepast zoals toegezegd. Verder werden bezwaren over de omvang van de vergunning en administratieve lasten verworpen. De Afdeling oordeelde dat de voorschriften voldoende bescherming boden tegen milieuschade, waaronder geluidhinder en bodemverontreiniging.
De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het voorschrift 8.4.1 betreft en veroordeelde het college van gedeputeerde staten tot betaling van proceskosten aan appellante sub 1. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard voor het voorschrift 4.1 en voor het overige ongegrond verklaard. De overige beroepen werden eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante sub 1 is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor voorschrift 8.4.1; het beroep van appellant sub 2 is niet-ontvankelijk voor voorschrift 4.1 en ongegrond voor het overige.