ECLI:NL:RVS:2004:AQ1352
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking bouwvergunning Puntenburg Amersfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende op 17 juli 2002 een bouwvergunning aan een vergunninghoudster voor de bouw van 147 woningen en commerciële ruimten op locatie Puntenburg. Na bezwaar en een intrekkingsverzoek van de vergunninghoudster trok het college de vergunning op 22 september 2003 in.
Vabeog Amersfoort B.V. stelde beroep in tegen het besluit van 12 december 2002 waarbij het college het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank Utrecht verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vabeog stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde Vabeog dat het college in de proceskosten veroordeeld moest worden omdat het aanvankelijk de vergunning had verleend, waardoor Vabeog rechtsmaatregelen moest treffen. De Raad van State oordeelde dat dit betoog faalt omdat de intrekking volgde op een verzoek van de vergunninghoudster zelf en dat het college niet tegemoet is gekomen aan de bezwaren van Vabeog.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.