ECLI:NL:RVS:2004:AQ1371
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- C.H.M. van Altena
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ligplaatsvergunning en weigering vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmerliede en Spaarnwoude verleende op 16 maart 2000 een ligplaatsvergunning aan een vergunninghouder voor een motorschip op een bepaalde locatie. Appellant diende pas na de wettelijke termijn bezwaar in tegen deze vergunningverlening, waarna het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring deels, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders.
De Afdeling stelt vast dat appellant reeds op de hoogte was van de vergunningverlening vóór het indienen van het bezwaar, maar het bezwaar niet tijdig heeft ingediend. Hierdoor was het college terecht tot niet-ontvankelijkverklaring overgegaan. De rechtbank heeft dit ten onrechte vernietigd en de Afdeling herstelt dit oordeel door het bezwaar alsnog ongegrond te verklaren.
Verder bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat het college bevoegd was om de aanvraag van appellant om een ligplaatsvergunning af te wijzen, omdat de ligplaats reeds aan de vergunninghouder was toegekend. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen situatie als bedoeld in artikel 8:73 Awb Pro is vastgesteld.
Tot slot wordt het door appellant betaalde griffierecht voor het hoger beroep terugbetaald. De uitspraak van de rechtbank wordt op het punt van de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de vergunningverlening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen.