ECLI:NL:RVS:2004:AQ3618
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen vaststelling nieuw streekplan Zuid-Holland West
Bij besluit van 24 mei 1996 stelde de provincie Zuid-Holland het oude streekplan 'Zuid-Holland West' vast. Appellanten maakten bezwaar tegen dit plan, welke bezwaren in 1997 ongegrond werden verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde deze beroepen in 2000 gegrond. Vervolgens nam de provincie op 19 februari 2003 een heroverwegingsbesluit waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard en stelde zij op diezelfde datum een nieuw streekplan vast dat het oude volledig verving.
Appellanten voerden beroep aan tegen het heroverwegingsbesluit en het nieuwe streekplan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het heroverwegingsbesluit geen zelfstandige betekenis meer heeft omdat het oude streekplan geheel is vervangen door het nieuwe. Hierdoor verviel het procesbelang van appellanten en zijn de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad van State overwoog dat door het late heroverwegingsbesluit en het gelijktijdig vaststellen van het nieuwe streekplan appellanten ten onrechte in de veronderstelling werden gelaten dat het heroverwegingsbesluit nog van kracht was en dat beroep mogelijk was. Daarom werd de provincie gelast het betaalde griffierecht aan appellanten te vergoeden. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard en de provincie is gelast het betaalde griffierecht aan appellanten te vergoeden.