ECLI:NL:RVS:2004:AQ3679
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor schapenhouderij en paardenfokkerij wegens stankhinder
Verweerder heeft op 16 december 2003 een vergunning geweigerd voor het oprichten en in werking hebben van een schapenhouderij en paardenfokkerij op een perceel in de gemeente Beemster. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 8 juli 2004 behandeld en het beroep ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Wet milieubeheer, waarbij verweerder een vergunning mag weigeren indien nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt. Verweerder ging uit van een oprichtingssituatie, omdat voor de inrichting nooit eerder een vergunning was verleend, ondanks dat de inrichting al jaren bestond.
Appellant voerde aan dat de afstandscriteria onjuist waren toegepast en dat er nooit klachten waren geweest. Verweerder baseerde zijn oordeel op de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996 en hanteerde een minimale afstand van 100 meter tot stankgevoelige objecten, terwijl de feitelijke afstand 67 meter bedroeg. De Raad van State oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen en dat de vergunning terecht was geweigerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 21 juli 2004 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning is ongegrond verklaard en de vergunning geweigerd.