ECLI:NL:RVS:2004:AQ3688
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Intrekking oprichtingsvergunning varkenshouderij wegens niet-gebruik en milieubelangen
Bij besluit van 2 december 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (Gld.) de oprichtingsvergunning voor een varkenshouderij, verleend op 7 mei 1974, ingetrokken. Deze intrekking vond plaats op grond van artikel 8.25, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer, omdat gedurende ten minste drie jaar geen gebruik was gemaakt van de vergunning.
Appellant voerde aan dat de intrekking uitsluitend diende om bewoning van een nabijgelegen koetshuis mogelijk te maken en dat hij de vergunning nodig had voor een toekomstig biologisch tuinbouwbedrijf. Verweerder stelde dat de intrekking gerechtvaardigd was vanwege het niet-gebruik en de milieubelangen, waaronder de nabijheid van een kwetsbaar bosgebied en ruimtelijke ontwikkelingen.
De Raad van State oordeelde dat vaststaat dat gedurende drie jaar geen vee werd gehouden en dat verweerder in redelijkheid tot intrekking heeft kunnen besluiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de oprichtingsvergunning is ongegrond verklaard.