ECLI:NL:RVS:2004:AQ3692
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.M. van Angeren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging bouwvergunning woning en toepassing bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland verleende vergunning voor de bouw van een woning op een perceel te Burgh. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en uiteindelijk vernietigde de rechtbank de beslissing op bezwaar. Zowel het college als de vergunninghouder gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college niet verplicht was artikel 7:9 Awb Pro toe te passen bij het verlenen van vrijstellingen, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Tevens werd geoordeeld dat de kap van de woning, bestaande uit vier hellende dakvlakken, als een naar verhouding ondergeschikt bouwdeel moet worden aangemerkt volgens het bestemmingsplan, zodat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bouwplan niet voldeed aan de maximale bouwhoogte.
De vernietiging door de rechtbank werd echter bevestigd vanwege de overschrijding van de maximale bouwhoogte door de schoorsteen, hetgeen in hoger beroep niet werd betwist. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden en gelastte de terugbetaling van het griffierecht aan de vergunninghouder.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.