ECLI:NL:RVS:2004:AQ3693
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bouwvergunning en vrijstelling woning Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 2 juli 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van een woning. Na bezwaar van een belanghebbende verklaarde het college het bezwaar ongegrond en verleende vrijstelling voor het bouwplan. De rechtbank Zutphen oordeelde dat het college de aanvraag niet ter inzage had gelegd conform artikel 19a, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waardoor de vrijstelling niet rechtsgeldig was verleend. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het niet ter inzage leggen van de aanvraag een schending van een vormvoorschrift is en dat toepassing van artikel 6:22 Awb Pro niet mogelijk is omdat niet is uit te sluiten dat andere belanghebbenden hierdoor zijn benadeeld. De publicatie van de bouwvergunning maakte niet duidelijk dat voor het bouwplan vrijstelling nodig was, zodat andere belanghebbenden mogelijk niet de kans hadden bezwaar te maken.
Verder oordeelde de Afdeling dat de erker buiten de bebouwingsgrens ligt en geen vrijstelling is verleend voor deze overschrijding, waardoor het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan. De vrijstelling voor de tweede bouwlaag werd echter als redelijk beoordeeld, omdat deze niet leidt tot een overschrijding van de toegestane bouwhoogte en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De overige beroepsgronden werden inhoudelijk behandeld ter finale geschilbeslechting.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.