ECLI:NL:RVS:2004:AQ3712
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan tegen strijdige opslag en gebruik terrein
Het college van burgemeester en wethouders van Muiden heeft appellant aangeschreven om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van zijn terrein te staken, waaronder de opslag van materialen en het verwijderen van betonnen platen. Appellant maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het gebruik van het terrein voor opslag dat na het van kracht worden van het bestemmingsplan is toegenomen, in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd is om hiertegen handhavend op te treden. Het beroep van appellant dat meer opslag zou mogen plaatsvinden dan op het moment van het bestemmingsplan, wordt verworpen omdat dit niet wordt ondersteund door jurisprudentie.
Verder is overwogen dat het algemeen belang bij handhaving zwaarwegend is en dat het college slechts onder bijzondere omstandigheden hoeft af te zien van handhaving, zoals bij uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit. Geen van deze omstandigheden is hier aanwezig. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet wegens gebrek aan vergelijkbare gevallen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.