ECLI:NL:RVS:2004:AQ3723
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- F.P. Zwart
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verplichting deelname Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer
Appellant heeft bij besluit van 3 april 2002 de wederpartij verplicht deel te nemen aan de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) vanwege weigering mee te werken aan een alcoholonderzoek. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij oordeelde dat de wederpartij recht had op een tegenonderzoek middels een bloedproef.
De kern van het geschil in hoger beroep was of het aanbod van de wederpartij om de blaasproef over te doen of een bloedproef te ondergaan, gehonoreerd had moeten worden. De rechtbank had onder het begrip “resultaat” van het alcoholonderzoek ook verstaan de situatie waarin onvoldoende meetresultaten waren verkregen, waardoor volgens haar recht bestond op een tegenonderzoek.
De Raad van State stelde echter vast dat het begrip “resultaat” strikt moet worden uitgelegd als het daadwerkelijke ademonderzoekresultaat conform de Regeling Ademanalyse. Omdat door onvoldoende medewerking van de wederpartij onvoldoende meetresultaten waren verkregen, was er geen sprake van een geldig resultaat en dus geen recht op een tegenonderzoek. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.