ECLI:NL:RVS:2004:AQ3774
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit sanering ernstige bodemverontreiniging te Helmond
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond heeft bij besluit vastgesteld dat op de locatie Kanaaldijk NW 115 sprake is van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging, te weten het geval "Kanaalzone" en het geval "Vehobo". De sanering van het geval Vehobo is als urgent aangemerkt en dient binnen vier jaar te worden gestart, terwijl voor het geval Kanaalzone geen urgentie is vastgesteld. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek ter zitting op 28 juni 2004. Verzoekers voerden onder meer aan dat het onderzoek naar de begrenzing van het te saneren gebied onzorgvuldig was uitgevoerd, dat de urgentie ten onrechte was vastgesteld, dat maatregelen ter voorkoming van overlast ontbraken, en dat aspecten zoals flora, fauna en toekomstige inrichting onvoldoende waren meegewogen. Verweerder stelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd conform richtlijnen, dat de urgentie terecht was vastgesteld op basis van het interim-beleid asbest in de bodem, en dat het saneringsplan maatregelen bevatte ter beperking van overlast.
Na beoordeling van de stukken en het verhandelde ter zitting oordeelde de Voorzitter dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende aanleiding gaven om het besluit te schorsen. De Voorzitter benadrukte dat aspecten als toekomstige inrichting en schadecompensatie niet relevant zijn voor de beoordeling van de ernst en urgentie van de verontreiniging en de instemming met het saneringsplan. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 14 juli 2004 door mr. H. Beekhuis, Voorzitter, in aanwezigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot sanering van ernstige bodemverontreiniging is afgewezen.