ECLI:NL:RVS:2004:AQ3780
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last tot verwijdering voorzieningen en beëindiging woongebruik pand in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Uden heeft appellant op 25 april 2002 gelast om zonder bouwvergunning aangebrachte voorzieningen aan een pand te verwijderen en het gebruik van het pand voor woondoeleinden te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden deze ongegrond.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde de zaak en concludeerde dat het college bevoegd was tot handhavend optreden omdat de voorzieningen zonder vergunning waren aangebracht en het woongebruik in strijd was met het bestemmingsplan.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door appellant faalde omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat vergelijkbare gevallen gelijk werden behandeld. Ook werden geen bijzondere omstandigheden aangetoond die het handhavend optreden zouden verbieden. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.