ECLI:NL:RVS:2004:AQ5713

Raad van State

Datum uitspraak
20 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200404368/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 50 WoningwetArt. 70 LandinrichtingswetArt. 71 Landinrichtingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijzigingsplan Buitengebied Zuidwolde

Het college van burgemeester en wethouders van De Wolden stelde op 25 november 2003 het wijzigingsplan 'wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied Zuidwolde' vast, dat de bestemming van een perceel wijzigde van 'Agrarisch gebied zonder bebouwing' naar 'Agrarisch gebied met bebouwing'. Verzoekers maakten bezwaar tegen de goedkeuring van dit wijzigingsplan door het college van gedeputeerde staten van Drenthe en verzochten om een voorlopige voorziening om schorsing van de goedkeuring te bewerkstelligen.

Zij stelden dat de bouw van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een melkveehouderij in strijd zou zijn met de ruilverkavelingsdoelstelling zoals neergelegd in de Landinrichtingswet, en dat het bouwen op een iets zuidelijker locatie de voorkeur verdiende. De Voorzitter behandelde het verzoek op 8 juli 2004 en nam kennis van de standpunten van partijen.

De Voorzitter overwoog dat het bestemmingsplan 'Buitengebied' op 15 juni 2004 was goedgekeurd zonder bouwvlak voor het perceel, waardoor geen bebouwing is toegestaan. De aanvraag om bouwvergunning was ingediend na de terinzagelegging van het ontwerp-plan, waardoor op grond van artikel 50 van Pro de Woningwet een aanhoudingsplicht geldt en de bouwvergunning niet kan worden verleend zolang het plandeel niet in werking is getreden.

Gelet op deze omstandigheden ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het wijzigingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200404368/2.
Datum uitspraak: 20 juli 2004.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te Zuidwolde,
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 25 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Wolden het wijzigingsplan "wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied Zuidwolde" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 26 februari 2004, kenmerk RW/A6/2003011417, beslist over de goedkeuring van het wijzigingsplan.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 28 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 april 2004, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juli 2004, waar verzoekers in persoon, bijgestaan door mr. A.J. Poelman, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door E. Saathof, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door J.M. van der Vinne, ambtenaar van de gemeente, en [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigden] daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het wijzigingsplan strekt tot wijziging van de bestemming “Agrarisch gebied zonder bebouwing” uit het bestemmingsplan “Buitengebied Zuidwolde” in de bestemming “Agrarisch gebied met bebouwing” van een perceel ten westen van de Leeuwenveenseweg.
2.3.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring aan het wijzigingsplan heeft verleend. Zij verzoeken de goedkeuring van het wijzigingsplan bij wege van voorlopige voorziening te schorsen teneinde te voorkomen dat een bouwvergunning wordt verleend voor de bouw van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een melkveehouderij.
Verzoekers voeren aan dat de bouw van deze bedrijfsgebouwen in strijd met de artikelen 70 en 71 van de Landinrichtingswet de ruilverkavelingdoelstelling frustreert. In dit verband menen zij dat het de voorkeur verdient iets zuidelijker te bouwen.
2.4.    Verweerder heeft in deze bezwaren geen aanleiding gezien goedkeuring aan het wijzigingsplan te onthouden.
2.5.    De Voorzitter overweegt ten aanzien van het verzoek als volgt.
Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat op 15 juni 2004 het bestemmingsplan “Buitengebied” is goedgekeurd. In dit plan is aan het perceel geen bouwvlak toegekend, zodat op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied” geen bebouwing is toegestaan. Aan het plandeel is goedkeuring verleend. Het plandeel is thans nog niet in werking getreden. Ter zitting is van de zijde van het college van burgemeester en wethouders en [partij] voorts bevestigd dat de aanvraag om bouwvergunning is ingediend na de terinzagelegging van het ontwerp-plan “Buitengebied”. Onder deze omstandigheid geldt voor de aanvraag om bouwvergunning een aanhoudingsplicht op grond van artikel 50 van Pro de Woningwet, zodat de bouwvergunning niet kan worden verleend zolang het eerdergenoemde plandeel nog niet in werking is getreden. Verder overweegt de Voorzitter dat de bouwvergunning na de inwerkingtreding van het plandeel evenmin kan worden verleend vanwege het ontbreken van een bouwvlak.
Gezien deze omstandigheden is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
2.6.     Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel    w.g. Klein
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2004.
176-409.