ECLI:NL:RVS:2004:AQ5720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij vaststelling peildatum voor stadsvernieuwingsproject Schievink
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum stelde op 14 mei 2002 de peildatum vast voor het project Schievink. Appellante, de Vereniging Jordanese Buurtgroep Schievink, maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank vernietigde deze beslissing en oordeelde dat het vaststellingsbesluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is waartegen bezwaar mogelijk is.
De Raad van State bevestigde dit oordeel, maar stelde vast dat het besluit een concretiserend besluit is dat de toepasselijkheid van de Huisvestingsverordening en de Regeling Financiële tegemoetkoming aan bewoners bepaalt. Tegen dit besluit stond bezwaar open, maar de kernvraag was of appellante als vereniging belanghebbende was bij het besluit.
De Raad concludeerde dat appellante geen belanghebbende is omdat haar belangen niet rechtstreeks door het besluit worden geraakt. De gevolgen die appellante aanvoert zijn feitelijk en indirect, en haar statutaire doelstelling richt zich niet op een direct belang bij het besluit. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen voorbereidingshandelingen en besluiten met rechtsgevolgen en verduidelijkt de criteria voor belanghebbendheid bij bestuursrechtelijke besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante geen belanghebbende is bij het vaststellingsbesluit.