ECLI:NL:RVS:2004:AQ5740
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging parkeerverbod in verband met verkeersveiligheid ondanks bezwaar van winkelier
Het college van burgemeester en wethouders van Meerssen stelde op 26 november 2002 een parkeerverbod in op een weggedeelte nabij het winkelpand van appellanten, waarbij tevens drie parkeervakken werden opgeheven. Dit besluit werd genomen vanwege een verkeersonveilige situatie ter plaatse.
Appellanten, een winkelier gevestigd nabij het betreffende weggedeelte, maakten bezwaar tegen het parkeerverbod en het verwijderen van de parkeervakken. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid de verkeersveiligheid zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellanten bij het behoud van parkeervakken. Er waren voldoende parkeermogelijkheden in de directe omgeving aanwezig. Tevens faalde het verweer dat appellanten onvoldoende waren betrokken bij de besluitvorming, aangezien zij wel degelijk waren uitgenodigd voor gesprekken en vervolgbesprekingen met ambtenaren hadden plaatsgevonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het parkeerverbod blijft gehandhaafd.